CLaudophone est. 1952

Welkom op de CNR-DuReco/CNR-SaReCo klassieke muziekpagina.

Op deze pagina een korte uitleg van het door CNR gebruikte Philips Miller opnameprocedé (1952-1958) en het ontstaan van het bedrijf, lees meer en scroll naar beneden. En bent u bekend met deze pagina dan................
.........meer weten over het optisch Philips-Miller geluidssysteem (eigenlijk de voorloper van de huidige Compact Disc)?
Luister dan naar een interview met Ir. C. Wendrich over dit toen revolutionaire systeem klik HIER
Of ga naar de muziek afdeling:  "Hoogtepunten uit de Mattheus passion van J.S. Bach" CNR Philips-Miller Stereofonische opnamen uit 1954 klik HIER! of de 6 Brandenburgse concerten uit 1953 klik HIER!
Luister ook naar:
************************************************************************************************
Is dit wel klassiek? Luister en oordeel zelf!
Voor de meesten misschien niet echt klassiek of zelf in het geheel onbekend met Arabische muziek waarbij ze meestal aan "gejank" denken moeten hier maar eens naar luisteren en we hebben het hier wel over de Ster van Egypte! Ofwel Oum Kalsoum ook wel genoemd: Umm Kulthum (Arabisch: أم كلثوم‎, فاطمة إبراهيم البلتاجي Fatma Ebrahim Elbeltagi; Egyptisch Arabisch: Om Kalsoum. (4 mei  1904 – 3 februari 1975). Andere spellings wijzen: Om Koultoum, Om Kalthoum, Oumme Kalsoum, en Umm Kolthoum. In Turkije heet ze Ümmü Gülsüm etc. etc. Deze legendarische zangeres trad eenmalig in Kaapstad op en de opnametechnici van Claudophone hebben dit legendarische concert op Philipmilband vastgelegd. Het intro alleen al duurt ruim 12 minuten voor de zangeres ook maar één noot heeft gezongen, maar luister naar de opname en kunnen we u verzekeren dat ook de Afrikaanders uit hun dak gingen! En u misschien ook wel :-) Luister dus naar het Capetown concert met het voltallige Cairo symphony orchestra o.l.v. (dirigent/opnameleider) Ing. A.J. Wendrich opgenomen met publiek in de CNR-SaReco (Music-hall) Studio Kaapstad 14  juni 1955 (tijdsduur ruim 55 minuten). klik HIER!

Meer weten over de diensten van CNR-DuReCo? Zoals het overzetten van geluidsdragers op CD/DVD klik dan HIER!


Het grammofoonplatengebeuren (echt een hedendaags woord) begon in 1915 toen de firma Wendrich-Edison werd opgericht.
In eerste instantie hield deze firma gevestigd in Enschede zich alleen bezig met de verkoop van gloeilampen en daarbij behorende materialen zoals fittingen, draad, buizen, contactdozen e.d. Kortom, alles wat je nodig hebt voor het aanleggen van een wat we tegenwoordig noemen huis-installatie.
Voor de kenners zegt de toevoeging Edison meer dan genoeg daar Thomas Alva Edison de zogeheten gedoodverfde uitvinder van de gloeilamp was.
Dit is natuurlijk niet waar, maar voor meer informatie over dit fenomeen verwijzen we naar Google, immers gaat het hier om grammofoonplaten.
Begin 20'er jaren ging de firma ook over tot het verkopen van grammofoons en dus ook grammofoonplaten.
Nadat zo rond diezelfde periode de radiolamp in opkomst kwam ging Wendrich-Edison zich ook op deze tak van techniek richten.
In 1927 kwam Philips met hun eerste radiotoestel de 2501 op de markt. Ook hier sprong de firma snel op in.
Voor Philips was de handelsnaam Wendrich-Edison geen bezwaar daar ook dit bedrijf patentrechtelijk voor bepaalde lampvoeten de naam Edison moest gebruiken (kijk maar eens op een doosje van een gloeilamp ES staat voor Edison Swan).
Alvorens we verder gaan, meer over de geschiedenis van Wendrich-Edison vindt u HIER (nog niet beschikbaar).
Toen Philips rond 1930 op de markt kwam met een apparaat waarmee je zelf platen kon opnemen (voor kenners de 2815 ook wel "Philigraaf" geheten, prijs in Hfl 795,= hetgeen nu in € ± 10.000,= zou zijn en een arbeider in die tijd zo rond de 5 gulden per week verdiende) besloot Klaas de oprichter van Wendrich-Edison een dergelijke machine aan te schaffen en kon men voor een luttel bedrag een plaatje op laten nemen.
Deze plaatjes waren van aluminium en kenden een opnameduur van hooguit 2 minuten en hadden een doorsnede van 12 cm (de grootte van de huidige compact disc). Voor het afspelen had je ook speciale houten naalden nodig anders sleet het plaatje zo snel dat deze met een stalen naald na 2x draaien al was versleten.
Overigens was de weergavekwaliteit van dien aard dat deze plaatjes eigenlijk alleen geschikt waren voor gesproken woord, ondanks dat Philips beweerde dat deze plaatjes ook voor muziekopnamen geschikt waren. Ach ja, andere tijden zullen we maar zeggen :-)
Het laten opnemen van een dergelijk plaatje was echter niet zo duur, de gangbare prijs was voor één kant ongeveer 50 cent waarbij er dan op de B-kant reclame stond voor Wendrich-Edison en wilde men 2 kanten (dus zonder reclame) was de prijs wel meteen Hfl 1,50 (over marketing gesproken :-)
Het prille begin van een opkomende platenmaatschappij was geboren evenals in het jaar 1929 toen de oprichter van Claudophone het levenslicht zag.
Deze baby die natuurlijk in het geheel niets wist van de activiteiten van zijn vader en grootvader groeide op in een rijk milieu in Enschede en in een tijd waarin de rangen en standen nog strikt gescheiden waren.
De baby werd kleuter/jongen/jongeling etc. en ging na afronden van de H.B.S.-B (vergelijkbaar met wat nu het VWBO is?) naar de Technische Universiteit in Enschede. De oorlog gooide wel min of meer roet in het eten maar 1945 slaagde de jongeman als technisch ingenieur en de wereld lag voor hem open.
In Amsterdam (1949) leerde hij zijn aanstaande vrouw kennen die uit Afrika op verlof was in Amsterdam met haar ouders.
Ach ja, hoe gaan die dingen, het was liefde op het eerste gezicht en al snel besloot de verliefde ingenieur haar te volgen naar donker Afrika.
Ook daar was Philips actief bezig met fabrieken en  het uitbreiden van mogelijkheden.
Voor de oorlog (1940-1945) was Philips bezig met optische geluidsregistratie.  met behulp van en beitel werd het luid gegraveerdS=Snijbeitel, D=geluidsspoor, G=drager van de geluidssporen, C=de Phlilimil ofwel Celluloid band
Een apparaat dat geluid met behulp van licht (een vinding uit 1934 van de Amerikaanse ingenieur Miller) en een celluloid band (magnetische geluidsregistratie zoals we kennen van de band- en cassetterecorder stond nog in de kinderschoenen) kon opnemen, ook wel het Philips-Miller systeem genoemd.
Philips-Miller weergavemachine ±1952Lijkt wel wat op een bandrecorder maar is het ook weer niet
Als kind had de ingenieur wel eens gehoord van de aluminiumplaatjes en kende ook de latere in gebruik zijnde glas- en bijv. Pyralplaten.
In die periode waren de 78 toeren schellakplaten nog zeer gangbaar. Natuurlijk was de 33 toeren langspeelplaat al in 1948 op de markt gekomen met dito platenspelers, de meeste mensen en zeker in Afrika waren nog steeds in het bezit van een veerwerkgrammofoon (met of zonder hoorn) en dus aangewezen op 78 toeren ook wel Normaalplaten genoemd.
Ook Philips bracht met zekere regelmaat 78 toerenplaten voor de met name Zuid-Afrikaanse markt uit en hadden zelfs in Nigeria een eigen platenperserij!
Wat echter een gemis was in de hogere kringen was het gebrek aan klassieke muziek. Deze waren natuurlijk wel via import verkrijgbaar maar alleen op wederom 78 toeren en vrij prijzig.
De jonge ingenieur die via de vader van zijn vrouw zeer goede contacten had met de Philips radiofabriek in Kaapstad besloot het heft in eigen handen te nemen en in 1951 over te gaan tot de aankoop van een Philips-Miller opname- en weergavemachine waarbij de moederfabriek van Philips in Eindhoven zorg zou dragen voor het aanleveren van grammofoons die 33 en 78 toeren (langspeel)platen konden afspelen.
Ook werden er snijmachines aangeschaft voor zowel Normaal (78) en Minigroef/Minigroove* (33 1/3) platen alsmede de benodigde versterkerapparatuur en verder alles wat nodig is om een platenmaatschappij in werking te stellen.
*78 toeren Minigrooveplaten zijn door Claudophone nooit vervaardigd.
De eerste opnamen gemaakt met behulp van het Philips-Miller opname apparaat waren de eerste drie Brandenburgse concerten van J.S. Bach door het Claudophone Kammerorchester in mei 1953, opgevolgd door hoogtepunten uit de Mattheus Passion uit 1954.
In juni 1953 werden de delen vier tot en met 6 opgenomen en de eerste LP's van het nieuwbakken merk waren in eerste instantie alleen in Duits West Afrika verkrijgbaar.
Dit verklaart ook de Duits aandoende naam Claudophone Kammerorchester.
Echter waren de grammofoonplaten destijds nog in mono hetgeen gebruikelijk was (Stereo langspeelplaten kwamen pas zo rond 1958 in de handel) de Philips-Miller opnamen waren wel al in stereo.
Philips-Miller opname studio
Philips experimenteerde voor de 2e wereldoorlog al met Stereophonie via Philips-Miller machines al viel dit nog onder de noemer wetenschappelijk onderzoek.
Toen in 1959 Claudophone ook stereoplaten begon uit te brengen werd de firmanaam veranderd in Claudophone Newtone Records-South African Record Company ofwel CNR-SaReCo en in Nederland CNR-Dutch Record Company (CNR-DuReCo).
Het CNR-SaReCo/DuReCo kortweg CNR archief richt zich echter op die bijzondere periode dat er nog volop gebruikt werd gemaakt van de Philips-Miller machines die overigens pas in 1958 door bandrecorders werden verdrongen.
Een familielid in Kaapstad die nog altijd de belangen van de Zuid Afrikaanse firma behartigd ook al bestaat de naam Claudophone daar formeel niet meer kwam in 2006 bij het opschonen van oude archieven bij toeval een afgesloten ruimte tegen waar tot zijn grote verbazing een kast vol Philimil banden stond plus een in uitstekende staat verkerende Philips-Miller weergave machine uitgerust voor stereoweergave.
Philimil celluloid banden goed voor één uur stereomuziek!
Een email richting de Nederlandse tak van CNR en het Philips Historisch Geluids Archief PHGA leverde voldoende correspondentie op om een boek mee te vullen.
Resultaat van al deze acties is nu het unieke Claudophone CNR Philips-Miller archief waar we nu eens kunnen beluisteren hoe Fonogrammen (zo werden de opnamen genoemd) in stereo klinken.
Verwacht echter geen HiFi of iets dergelijks, de frequentiecurve (zeg maar het geluids-spectrum) van een Philips-Miller weergave machine lag zo tussen de 800 en 8000Hz.
Dit vonden de technici uit die tijd ruim voldoende omdat men er (min of meer terecht) van uit ging het menselijk gehoor lagere of hogere frequenties toch niet fatsoenlijk kon waarnemen.
Aan de Philimil banden is verder niet geknoeid en zijn in principe zo op de machine gelegd en vervolgens via versterkers rechtstreeks aangesloten op een computer met een goede wavetable geluidskaart.
Vervolgens zijn de bestanden gecomprimeerd naar MP3 omdat dit het meest gangbare geluidsmedium is waarbij we overigens willen aantekenen dat u indien u van deze bestanden een Compact Disc wilt maken het geluid in z'n oorspronkelijke omvang weergegeven zal worden.
Kortom als u interesse heeft in oude geluidstechnieken en wil wel eens horen hoe dat heden ten dage klinkt ga dan naar terug NAAR BOVEN om de bestanden online te horen (dus alleen geluid).
 N.B. Vragen over hoe het Philips-Miller systeem werkt en hoe het een en ander tot stand is gekomen kunt u horen in een interview met Ir. C. Wendrich van CNR met Horizon webradio voor visueel gehandicapten met reporter Chrit Wilshaus klik HIER! NAAR BOVEN

©1952-2009 Claudophone Newtone Records CNR-SaReCo/CNR-DuReCo Amsterdam The Netherlands/Capetown South Africa/ Kaapstad Suid Afrika/PHGA ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN